Het Eiland Siberut

De Mentawai Archipel, gelegen voor de westkust van Sumatra in de Indische oceaan, bestaat uit vier bewoonde eilanden: Siberut, Sipora, Noord-Pagai en Zuid-Pagai. Siberut is het grootste eiland met een oppervlakte van zo'n 4480 km² en ligt ongeveer 100 km uit de kust, tegenover de havenplaats Padang. Het heeft een bevolking van ongeveer 22.000 Mentawaiers en 2000 mensen van andere etnische groepen. Het eiland is voor meer dan 90% bedekt met tropische regenwoud, waarvan een gedeelte tot natuurreservaat is verklaard.



De Mentawai-archipel is naar schatting ongeveer een half miljoen jaar vrijwel geïsoleerd geweest. De Mentawaiers kennen geen technieken als rijstbouw, weven, pottenbakken, metaalbewerking of het gebruik van lastdieren. Ook in de koloniale tijden waren de invloeden gering. Sinds de onafhankelijkheid van Indonesi? is de impact van de contacten met de buitenwereld veel groter geworden. Er ontstond belangstelling voor de verbetering van het lot van de bevolking (ontwikkelingswerk en zendingswerk) en voor de natuurlijke hulpbronnen, met name hout. Dit heeft grote invloed gehad op het leven van de Mentawaiers.

Siberut staat nu al decennia lang onder regionaal en lokaal bestuur van de Indonesische regering in Jakarta. Deze streeft ernaar een eenheid te maken van Indonesië en legt daarom de nadruk op integratie en aanpassing van de Mentawai. Het algemene beleid dat gevoerd wordt bestaat uit de volgende richtlijnen:
- Vestiging in grotere dorpseenheden en het doorbreken van de traditionele dorpsstructuur;
- Afschaffing van de traditionele godsdienst, inclusief de hiermee verbonden gebruiken en attributen;
- Verandering van het traditionele systeem van rechtspraak en bruidsprijsbetaling;
- Verhoging van het ontwikkelingspeil door o.a. introductie van rijstteelt;
- Verbod op een aantal 'primitieve heidense gebruiken': puntig maken van de tanden, dragen van lange haren voor mannen, dragen van lendendoeken en het tatoeëren.
Met name de kerei werden het speerpunt van de modernisering programma's want door, hen zo redeneerde men, stagneerde de ontwikkeling van Siberut. Er werd een ware jacht op kerei gemaakt. In 1981/82 moesten kerei al hun religieuze voorwerpen afgeven die werden verbrand en een brief ondertekenen dat zij hun functie als kerei neer zouden leggen. Genezingsrituelen werden alleen diep in de jungle uitgevoerd en er werden nauwelijks nieuwe kerei ingewijd.De mensen waren heel bang in deze waktu agressief. In 1970 werd een speciaal gezagsorgaan in het leven geroepen voor de ontwikkeling van de Mentawai, de OPKM (Otorita Pengembangan Kepulauan Mentawai+ de autoriteit voor de ontwikkeling van de Mentawai Archipel). Er werd een Resettlement Programma opgezet. Twee jaar later werd de resettlement voortgezet door het Departement van Sociale Zaken (Depsos). Er werden veertien nieuwe dorpen gesticht. In totaal werden zo'n 500 gezinnen in deze nieuwe dorpen geherhuisvest. De bevolking moest binnen 5 jaar tijd omgevormd worden tot beschaafde dorpsbewoners.

Kappen van het regenwoud

In 1969 werden door de Indonesische regering houtkapconcessies uitgegeven waardoor in de twintig jaar daarna met grote snelheid stukken regenwoud werden gekapt. Deze houtkap had desastreuze gevolgen voor de natuur en voor de lokale bevolking op Siberut. In 1976 werd daarom een gebied van 6.500 ha tot natuurreservaat verklaard. Later werd het uitgebreid tot 150.000 ha. In 1992 startte de Asian Development Bank in samenwerking met het Indonesische ministerie voor bosbouw (en met de steun van Soeharto!) een project voor het behoud van biodiversiteit, onder andere op Siberut vanwege de zeldzame apensoorten. Binnen dat jaar werden alle houtkapconcessies ingetrokken en is de houtkap gestopt. Het nationale park is nu uitgebreid tot 190.000 ha. Het gevaar voor het verdwijnen van het regenwoud en dientengevolge van de Mentawaise cultuur en leefwijze leek even geweken. In augustus 1995 echter heeft de gouverneur van West Sumatra toestemming gegeven aan twee maatschappijen om palmolieplantages op te zetten. Deze plantages zouden een gebied van 70.000 ha gaan beslaan. Om medewerking van de clans, die de eigenaren zijn van de betreffende stukken grond, te bewerkstelligen, speelden de twee maatschappijen in op de wensen van de lokale bevolking. Zo hebben zij bijvoorbeeld bepaalde dorpshoofden een buitenboordmotor aangeboden in ruil voor medewerking. Bovendien cre?erden ze hoop en verwachting onder de mensen betreffende ontwikkeling en economische groei. Een aantal mensen reageerde instemmend op de plannen. Destijds hebben WALHI West Sumatra (Indonesisch Forum voor Milieu) en Citra Mandiri (een Mentawaise NGO) actie ondernomen om de uitvoering van de plannen tegen te houden. Ze zijn een project gestart met als doel mensen op Siberut bewust te maken van hun rechten en van de mogelijkheden om invloed uit te oefenen of hun stem te laten horen betreffende ontwikkelingen die plaats vinden op Siberut. Het resultaat was dat de uitvoering van het palmolieproject enorm werd vertraagd. Desondanks is inmiddels toch met de aanleg van de plantages begonnen. Nu al zijn de negatieve gevolgen voor zowel cultuur als natuur zichtbaar. Gekoppeld aan de aanleg van de palmolie plantages heeft de regering een transmigratieproject ontwikkeld waarbij met name Javanen, bij voorkeur jonge vrijgezelle mannen, transmigreren naar Siberut om te gaan werken op deze plantages. Het lijkt weer èèn van de pogingen van de Indonesische regering de Mentawaise samenleving te 'beschaven'. Ondanks de protesten is met name op Zuid Siberut de uitvoering van de plannen in volle gang. Grote delen van het oerwoud, dat de bestaansbasis vormt voor de Mentawaiers, worden gekapt. Recentelijk is er sprake van nog een bedreiging voor het tropisch regenwoud en de Mentawai?se samenleving. Twee Mentawaiers hebben ieder een NGO opgericht met, als doel hout te exploiteren (P.T. Pulaigean Laggai Mentawai en P.T. Putra Siberut Sejahtera). In de zomer van 1998 heeft het Departement van Bos- en Landbouw concessies uitgegeven voor de kap van 100.000 ha oerwoud. In totaal komt dit dus neer op een gebied van 170.000 ha oerwoud dat gekapt gaat worden. Dit zou een reële bedreiging betekenen voor de Mentawaise cultuur en de traditionele leefwijze van de lokale bevolking, de biodiversiteit van het eiland en onvermijdelijk een grote aanslag zijn op het natuurreservaat. De Mentawaiers zelf hebben nu ook protest aangetekend tegen deze plannen en lijken zich bewust te zijn van de gevolgen die de houtkap zou hebben. Bovendien wil men zelfbeschikking houden over de clangronden. Maar er is ook sprake van verdeeldheid onder de bevolking. Deze verdeeldheid resulteert in spanningen binnen een clan of een dorp en heeft al geleid tot onderlinge strijd. Net als de palmolie maatschappijen maken de Mentawaise NGO's gebruik van omkoop praktijken om mensen voor zich te winnen. De palmoliemaatschappijen richten zich met name op de dorpshoofden terwijl de Mentawaise NGO's mensen individueel aanspreken, vooral jongeren. Ze krijgen geld en/of goederen voor hun medewerking. Sommige jongeren zien geld in wat hen wordt voorgespiegeld en stemmen in met de medewerking in de hoop er zelf beter van te worden. Gelukkig doorziet het merendeel de omkooppraktijken en beschouwt deze als loze beloften. Zij strijden voor het behoud van Siberut en voor hun zelfbe-schikkingsrecht, bijvoorbeeld door middel van protestbrieven gericht aan de regionale vertegenwoordigers van het Departement van Bos en Landbouw.